Ballondilatatie en stentimplantatie

Als de cardioloog tijdens een coronarografie vaststelt dat één of meerdere kransslagaders vernauwd of verstopt zijn, dan kan er worden overgegaan op een percutane coronaire interventie (PCI), oftwel een ballondilatatie en stentimplantatie. De aanwezige vernauwing wordt opengeblazen door middel van een kleine ballon en er wordt een stent geïmplanteerd om het bloedvat open te houden. Dit gebeurt via katheters die via de pols of de lies opgeschoven worden tot aan het hart.

 

 

Verloop van de procedure


De procedure loopt doorgaans verder op een coronarografie. De cardioloog kan door middel van de reeds aanwezige katheters in de lies of pols de interventie uitvoeren. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij een complex letsel, kan het zijn dat u op een ander tijdstip de procedure krijgt. De voorbereiding van de procedure is gelijkaardig aan de coronarografie. U wordt niet in slaap gedaan voor deze interventie.

shutterstock_61927813Figuur 1: illustratie van een ballondilatatie

 

De ballon wordt via de aanwezige katheter opgeschoven tot op de plaats van de vernauwing. Daar wordt de ballon opgeblazen om de vernauwing terug open te krijgen. Deze wordt als het ware in de wand van het bloedvat gedrukt. De ballon is 1 tot 4 cm lang en heeft een doorsnede tot 5 mm in opgeblazen toestand. U voelt zelf heel weinig van de procedure. Tijdens het opblazen van de ballon kan u een lichte druk voelen ter hoogte van de borstkas.

Om ervoor te zorgen dat de kransslagader ook effectief open blijft, zal de cardioloog meestal overgaan op het implanteren van een stent. Een stent is een metalen veertje (al dan niet bedekt met een kunsstof) die het bloedvat op lange termijn openhoudt. De stent wordt samen met de ballon opgeschoven tot op de plaats van de vernauwing. Door middel van het opblazen van de ballon wordt de stent ontplooid. De ballon wordt vervolgens afgelaten en teruggetrokken. De stent blijft ter plaatse en drukt tegen de wand van de kransslagader.

 

Er bestaan stents in alle maten, zodat men heel precies het te behandelen bloedvat kan behandelen. Ook bestaan er tegenwoordig stents met speciale medicatie op de oppervlakte om het hervernauwen van het bloedvat te voorkomen. Uw cardioloog zal beslissen welke stent voor u de juiste is en zal dit ook met u bespreken. De coronarografie met bijhorende PCI duurt gemiddeld een uur. Dit is natuurlijk afhankelijk van het aantal vernauwingen en de aard van de vernauwingen.

shutterstock_276199310 Figuur 2: illustratie van een stentimplantatie

 

 

 

Risico's


De complicaties zijn veelal beperkt:

  • In urgente gevallen (bij een hartinfarct) is het belangrijk om zo snel mogelijk het bloedvat terug open te maken om de schade aan de hartspier te beperken.
  • Na de procedure kan het zijn dat de insteekplaats (pols of lies) gaat nabloeden. Dit probeert men te voorkomen door middel van een drukverband.
  • Sommige patiënten reageren enkele dagen na de procedure allergisch op de toegediende contraststof.
  • De contraststof op zich kan schadelijk zijn voor de nieren en een tijdelijke acheruitgang van de nierfunctie veroorzaken
  • Het is mogelijk dat de kransslagader terug gaat vernauwen. Dit probeert men tegen te gaan door middel van bloedverdunners.

 

Andere complicaties zijn zeer uitzonderlijk. Zo is het bijvoorbeeld nog mogelijk dat een bloedvat beschadigd geraakt tijdens de procedure of dat er een infectie optreedt na de procedure.

 

 

Na de procedure


U wordt onmiddellijk na de procedure naar de kamer gebracht. U dient min. 1 nacht in het ziekenhuis te blijven na een stentimplantatie. Bij een procedure via de lies wordt er gevraagd om deze eerste week niet te fietsen, geen bad te nemen, geen zware lasten tillen en om niet te sporten. Bij een procedure via de pols is het belangrijk om de eerste 24u de pols zo weinig mogelijk te gebruiken (de eerste 6u niet gebruiken). Nadien moet u nog een tijdje opletten met het tillen van zware lasten.

 

Na een stentimplantatie is het belangrijk om bloedverdunners in te nemen. Aspirine wordt levenslang ingenomen en een andere bloedplaatjesremmer dient gedurende 1 tot 12 maanden ingenomen te worden. Dit is zeer belangrijk zodat de kransslagader ter hoogte van de stent niet terug gaat vernauwen.

 

Enkele weken na de procedure komt u terug bij de cardioloog op raadpleging ter controle.

 

 

Interventionele cardiologen


 

 

Downloads