Hartklepafwijking

Een hart heeft vier kleppen die ervoor zorgen dat het bloed maar in één richting stroomt doorheen het hart (zie 'werking van het hart'). Als een hartklep goed werkt, dan sluiten de klepbladen perfect en gaan ze ook volledig open bij elke hartslag. In een mensenleven gaat elke klep ongeveer 2 miljard keer open en dicht. Het is dus niet abnormaal dat ze na enige tijd slijtage vertonen. Er zijn echter nog verschillende andere oorzaken waardoor een hartklep minder goed kan functioneren.

Hartkleppen Figuur 1: de hartkleppen

 

Een beginnende hartklepafwijking is niet ernstig, het is pas op lange termijn dat een hartklepafwijking ernstig kan worden. Op den duur kan er namelijk schade ontstaan aan het hart doordat het hart harder moet pompen. Dit kan uiteindelijk leiden tot hartfalen. Als er gesproken wordt van een slechtwerkende klep dan is deze ofwel vernauwd, ofwel kan een klep lekken. De meeste klepafwijkingen komen voor in de linker harthelft, bij de aortaklep en de mitralisklep.

 

 

Vernauwde klep


Bij een vernauwde klep (ook wel stenose genoemd) zijn de klepbladen aan elkaar gegroeid. Dit is het gevolg van kalk dat zich vastzet op de klepbladen. De klep wordt hierdoor stug en dik waardoor hij niet meer goed open gaat. Dit geeft een extra belasting aan het hart aangezien de weerstand ter hoogte van de klep vergroot en het bloed door een nauwere opening gepompt moet worden.

 

shutterstock_358353311Figuur 2: vernauwde hartklep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

Lekkende klep


Als de kleppen beschadigd of slap zijn, rekken ze uit. Hierdoor zal een klep onvoldoende sluiten en ontstaat er een lek (of klepinsufficiëntie), met als gevolg dat het bloed kan terugstromen in de verkeerde richting. Het hart moet harder werken om dit teruggestroomde bloed weer weg te pompen.

 

 

Symptomen


Afhankelijk van de ernst van de klepaantasting, kunnen de volgende klachten voorkomen:

  • Kortademigheid
  • Pijn op de borst
  • Onregelmatige hartslag
  • Vermoeidheid
  • Duizeligheid bij inspanning (en eventueel flauwvallen)
  • Vochtophoping in de buik en benen 
  • Hartfalen

 

Vaak zijn er (nog) geen klachten merkbaar. Dit kan zelfs het geval zijn bij een ernstige aandoening aan een hartklep. Het lichaam heeft zich dan namelijk aangepast door het hart harder te laten werken.

 

 

Oorzaken


De oorzaak van een hartklepafwijking kan aangeboren zijn maar kan ook ontstaan op een latere leeftijd door ouderdom, ziekte of andere aandoeningen. Klepaandoeningen zijn niet erfelijk.

 

Aangeboren

  • De klepbladen kunnen met elkaar vergroeid zijn.
  • De kleppen zijn te groot of te klein.
  • Het komt zelfs voor dat een hartklep een klepblaadje minder heeft.

 

Ziekte

  • Reumatische aandoeningen, ontstekingsziekten en bacteriële infecties laten littekens achter op de klep. De klepdelen kunnen aan elkaar gaan kleven, vernauwd raken of gaan lekken.
  • Een ontsteking van het hart (endocarditis) kan ook een impact hebben op een hartklep.

 

Ouderdom

  • De kleppen kunnen gaan verkalken (sclerose) waardoor de soepelheid verdwijnt en ze hard en stug worden. Hierdoor kan de klep gaan lekken of er kan een vernauwing optreden.

 

Andere

  • Eén van de draadjes die de hartklep op hun plaats houdt, kan losschieten waardoor een klepblad gaat flapperen en lekken.
  • Door een vergrote linkerkamer wordt het omringende weefsel van de klep te wijd waardoor deze gaat flapperen en lekken.

 

 

Complicaties 


Bij alle klepaandoeningen loopt men het risico om een infectie aan het hart op te lopen. Door een ontsteking op een andere plaats in het lichaam kunnen bacteriën via de bloedbaan in het hart terechtkomen en zich nestelen op de binnenbekleding van het hart (het endocard) en de kleppen. Deze infectieziekte heet endocarditis. Uit voorzorg moet bij chirurgische ingrepen en sommige behandelingen aan gebit en tandvlees, antibiotica gebruikt worden om endocarditis te voorkomen.

 

 

Diagnose 


De arts kan een diagnose stellen met behulp van een echocardiografie en een hartcatheterisatie.

 

 

Behandeling


Klepafwijkingen die geen klachten veroorzaken en die niet ernstig zijn, hoeven meestal niet behandeld te worden. Regelmatige controle is wel belangrijk. Vaak wordt er enkel medicatie voorgeschreven voor het verlichten van eventuele klachten. Indien een behandeling van de klepaandoening is aangewezen, is deze volledig afhankelijk van de soort klepafwijking van de patiënt. De volgende behandelmethoden kan uw cardioloog overwegen: