Atriale & ventriculaire tachycardie

Dit zijn twee hartritmestoornissen met een regelmatig ritme, waarvan het verschil in de oorsprong ligt van de tachycardie. Atriale tachycardie ontstaat in de voorkamers en ventriculaire tachycardie ontstaat in de kamers van het hart.

 

 

Atriale tachycardie (AT)


Hier gaat het om een snelle, regelmatige hartslag (>100/min) die plots begint en ook even plots weer eindigt. Het wordt veroorzaakt door snelle elektrische prikkelingen die voortkomen uit de voorkamers zelf of uit de AV-knoop, en dus niet uit de sinusknoop (de normale werking van het hart vindt u hier). Het snelle ritme neemt op dat moment de normale hartslag over. Deze hartslag kan enkele seconden aanhouden maar kan ook gemakkelijk enkele uren duren. Atriale tachycardie komt veel voor bij jongere mensen.

 

Deze ritmestoornis is niet levensbedreigend maar kan wel voor klachten zorgen die de dagelijkse activiteit beperken. In dit geval wordt er overgegaan op het behandelen van de ritmestoornis door middel van anti-aritmische medicatie en/of beta blokkers. Als dit onvoldoende impact heeft op de klachten, kan er overgegaan worden tot een ablatie.

 

 

Ventriculaire tachycardie (VT)


shutterstock_310968671 Figuur 1: VTVentrikel tachycardie is een abnormaal snel ritme (>120/min) dat ontstaat in één van de kamers van het hart. Het komt meestal voor bij personen met een reeds bestaande hartziekte, bijvoorbeeld bij oudere patiënten die een hartinfarct hebben gehad (snelle, abnormale impulsen of circuits kunnen ontstaat ter hoogte van het litteken van het infarct). Het treedt meestal op binnen enkele weken tot maanden na een hartinfarct. Een VT kan ook familiaal zijn en wordt vaak gezien bij kinderen met een aangeboren hartafwijking.

 

VT kan enkele hartslagen duren (tot 30s) maar kan ook voor een langere periode aanwezig zijn, wat levensbedreigend is voor de patiënt. Door het te snel samentrekken van de kamers van het hart, is er onvoldoende tijd voor het hart om de kamers te vullen met bloed. Hierdoor wordt het bloed niet goed rondgepompt en kan er in de hersenen (en andere organen) een tekort aan zuurstof ontstaan wat leidt tot duizeligheid en bewustzijnsverlies.

 

Wanneer een ventrikeltachycardie niet snel behandeld wordt, kan dat leiden tot kamerfibrillatie. Dit is een stilstand van de hartpomp en de bloedcirculatie, ook wel ‘hartstilstand’ of ‘plotse hartdood’ genoemd. Als een patiënt klachten heeft van de ritmestoornis (hartkloppingen, moeheid, zwakte, kortademigheid, duizeligheid en/of bewustzijnsverlies)  of als de ritmestoornis langer aanhoudt dan 30 seconden, zal men overgaan tot het behandelen ervan.

 

Een VT kan behandeld worden met:

 

Als de cardioloog inschat dat de ritmestoornis ernstig genoeg is, kan er ook overgegaan worden op het implanteren van een defibrillator (ICD). De ICD is een toestelletje dat, net zoals een pacemaker, in de borstwand onder de huid geplaatst wordt. Wanneer deze gevaarlijke ritmestoornissen dan optreden, zal de ICD het hart een elektrische ontlading geven om zo een normaal en veilig ritme te herstellen.

 

shutterstock_576434 Figuur 2: een ICD