Pacemaker/ICD raadpleging

Pacemakers, ICD's en CRT's zijn toestellen die bij een patiënt worden geïmplanteerd om het hartritme te ondersteunen of over te nemen. Patiënten met zo een toestel worden via een aparte raadpleging opgevolgd. Het doel van de raadpleging is om de werking van het toestel uitvoerig na te gaan en om te kijken of er zich bepaalde ritmestoornissen hebben voorgedaan in de afgelopen periode. Indien nodig wordt het toestel bijgesteld. Tevens wordt ook de levensduur van het toestel goed in de gaten gehouden.

 

Om het toestel uit te lezen zal de cardioloog met een apparaatje (met specifieke zender) contact maken met het toestel door het op uw borstkas te plaatsen. Dit apparaat staat in verbinding met een computer (programmer) waarop alle gegevens gelezen kunnen worden. De verpleegkundige en de cardioloog kunnen deze gegevens aflezen van het scherm en zullen enkele tests uitvoeren om de functie van uw toestel te controlen. Het is dus zeker niet nodig om het toestel er terug uit te halen om instellingen te kunnen aanpassen. Als het nodig is om instellingen aan te passen, wordt dit onmiddellijk gedaan.

 

De cardioloog bespreekt de uitslag van het onderzoek op het einde van raadpleging. Eventuele aanpassingen aan uw medicatie worden dan ook besproken.

 

Voor deze raadplegingen kan u terecht bij onze elektrofysiologen:

 

 

Telemonitoring


Tegenwoordig worden steeds meer mensen met een pacemaker, ICD of CRT van op afstand opgevolgd. Ze beschikken over een telemonitoring toestel die dagelijks de signalen van hun pacemaker doorsturen naar het ziekenhuis. Deze signalen worden opgevolgd door een team van gespecialiseerde verpleegkundigen. Dit telemonitoring toestel, ter grootte van een wekkerradio, moet enkel in een stopcontact gestoken worden. Verder dient de patiënt niets te doen. Als hij/zij in de buurt van dit toestel komt, kunnen de gegevens opgevangen worden. Het grote voordeel hiervan is dat de patiënt onmiddellijk gecontacteerd kan worden in geval er een alarm binnenkomt bij de verpleegkundige. De behandeling kan waar nodig aangepast worden. De patiënt en de arts hoeven zo niet te wachten tot de volgende raadpleging om te weten of er zich iets heeft voorgedaan.