Hartfalen

Hartfalen is een aandoening waarbij de hartspier niet meer in staat is om op een efficiënte manier in zijn functie te voldoen: het bloed naar de longen en het lichaam te pompen.

 

Hartfalen kan optreden als gevolg van verschillende oorzaken.

 

Eén van de meest voorkomende oorzaken is het doormaken van een hartinfarct. Als door een hartinfarct een deel van het weefsel van het hart is afgestorven, neemt de rest van de hartspier de taak over. Een groot litteken leidt sneller tot problemen omdat het resterende hartweefsel er dan soms niet in slaagt om de taak volledig over te nemen.

 

Andere oorzaken voor aandoeningen van de hartstpier die leiden tot hartfalen gaan van aangeboren aandoeningen waarbij bijvoorbeeld de hartspier veel te dik wordt en daarom niet meer efficiënt kan pompen of sommige infectieziekten tot suikerziekte, spieraandoeningen of chemotherapie, maar soms ook alcohol- of drugmisbruik.

 

In elk geval, wanneer de efficiëntie van de hartpomp ‘faalt’, evolueert men naar hartfalen. Doordat het hart er onvoldoende in slaagt om het bloed op tijd naar alle organen te pompen ontstaat er kortademigheid en vermoeidheid. Een typisch teken is ook vochtopstapeling. Door een onvoldoende werking van het hart gaan de nieren minder vocht uitscheiden. Hierdoor heeft een patiënt met hartfalen vaak opstapelingen van vocht in de benen of in en naast de longen. Vooral dit laatste geeft aanleiding tot toenemende kortademigheid.