Pacemaker implantatie

Een pacemaker wordt geïmplanteerd bij patiënten met bradycardie waarbij het ritme dreigt te traag te worden om voldoende bloed rond te pompen naar het lichaam. Het is een klein schijfvormig metalen toestelletje van ongeveer 5cm x 4cm x 0.5cm. Daaraan vastgekoppeld zitten één of twee lange draden, de pacemakerelektroden. In het toestel zit er een batterij die gedurende verschillende jaren in staat is om elektrische impulsen te geven. Als deze batterij leeg is, dient er een nieuwe pacemaker geimplanteerd te worden. De electroden kunnen doorgaans blijven zitten waardoor deze procedure veel sneller en eenvoudiger is dan de eerste implantatie. De arts kan bij elke uitlezing van het toestel de levensduur ervan opvolgen.

 

shutterstock_519616348 Pacemaker met 2 electroden

 

 

 

Werking van een pacemaker


Om in te kunnen grijpen als het hartritme dreigt te laag te worden, heeft een pacemaker twee functies:

  • Detectiefunctie: de pacemaker voelt wanneer hij nodig is en wanneer niet. Sommige mensen hebben namelijk maar af en toe pacemakerondersteuning nodig waardoor hij niet voortdurend moet werken.
  • Stimulatiefunctie: de pacemaker geeft elektrische impulsen af, die het hartritme op een gewenste (minimale) frequentie houden.

 

De pacemaker kan deze twee functies uitoefenen via de elektroden die alles registreren en doorgeven. Er zijn 3 typen pacemakers die de cardioloog kan implanteren. De keuze hangt af van de indicatie van de pacemakerimplantatie.

  1. Eénkamer pacemaker: er is slechts 1 elektrode aanwezig die de rechterkamer stimuleert. Dit wordt vooral gebruikt bij mensen met voorkamerfibrillatie.
  2. Tweekamer pacemaker: naast de elektrode in de rechterkamer, is er ook een elektrode die de rechtervoorkamer stimuleert. Deze pacemakers worden gebruikt bij mensen bij wie de elektrische impuls niet meer van de voorkamers naar de kamers kan worden doorgegeven, of bij wie de sinusknoop niet goed meer werkt.
  3. Biventriculaire pacemaker: Naast de twee elektroden die hierboven vermeld worden, is er nog een derde elektrode in de afvoerader van het hart, die naar de linkerzijde loopt om de linkerkamer te stimuleren. Dit type pacemaker wordt geïmplanteerd bij sommige mensen met hartfalen. Bij een bepaald type van hartfalen trekken linker- en rechterhartkamer niet meer synchroon samen, zodat de pompwerking van het hart verslechtert. Een biventriculaire pacemaker geeft gelijktijdig een prikkel af aan de linker- en rechterkamer, zodat deze weer synchroon samentrekken, en de pompfunctie van het hart verbetert. Een biventriculaire pacemaker wordt ook wel een CRT-P genoemd (Cardiale Resynchronisatie Therapie)

 

PM Typen pacemaker

 

 

 

 

Verloop van de procedure


Voor een pacemaker implantatie wordt u opgenomen op de afdeling cardiologie. Voor de ingreep is het nodig dat u nuchter bent. Tijdens de ingreep wordt uw hartritme voortdurend gemonitord. De plaatsing van een pacemaker gebeurt onder plaatselijke verdoving en duurt 1 tot 2 uur. Als een derde elektrode moet geplaatst worden, duurt de ingreep 2 tot 3 uur.

 

De operatie is een relatief eenvoudige ingreep waarbij de pacemaker onder de huid boven de rechter- of linkerborstspier wordt geïmplanteerd. De huid onder het sleutelbeen wordt over ongeveer 5 cm ingesneden. Onder de huid wordt een ruimte gemaakt die een pocket wordt genoemd. De pacemaker past precies in deze pocket. Via de sleutelbeenader wordt (worden) de elektrode(n) naar het hart gebracht. Als de elektrode(n) goed geplaatst is (zijn) en als ook gecontroleerd is of de pacemaker goed werkt, wordt de pocket met hechtingsdraad gesloten.

 

 

Risico's


De implantatie van een pacemaker of defibrillator kent weinig risico’s. De zeldzame complicaties die soms optreden zijn:

  • Klaplong: dit wordt gecontroleerd met een röntgenfoto
  • Infectie: neem contact op met uw cardioloog als de wond rood, dik en/of pijnlijk wordt of als er pus of bloed uit komt. Zelden ontstaat een infectie pas enkele jaren na de implantatie.
  • Soms gebeurt het dat de wonde nabloedt. Dat wordt tegengegaan door druk uit te oefenen op de wonde met een zandzakje of ijszakje.
  • In de eerste weken na de implantatie kan het voorkomen dat de elektroden zich verplaatsen. Daar voelt u zelf meestal niets van. Bij uw volgende controle wordt dit gezien.

 

 

Na de procedure


U dient 1 of 2 nachten in het ziekenhuis te blijven ter observatie.  De dag van de implantatie wordt er gevraagd om in uw bed te blijven. Op de operatiewonden plaats de verpleegkundige een zandzak gedurende enkele uren om een bloeduitstorting te voorkomen. Het is belangrijk dat u de arm de eerste 6 weken niet boven schouderhoogte heft. Dit om een verplaatsing van de elektrode(n) te voorkomen.

 

De dag na de operatie wordt er een elektrocardiogram en een RX van de borstkas genomen om na te gaan of de elektroden nog op hun plaats zitten. De cardioloog zal ook de werking van uw pacemaker optimaal afstellen tijdens uw opname.

 

Periodieke controle via de gespecialiseerde pacemaker raadpleging is nodig om de goede werking van de pacemaker te blijven garanderen. Doorgaans komt u 2x/jaar op controle. Het is nu bij veel pacemakers mogelijk dat de patiënt een monitor mee naar huis krijgt. Deze monitor stuurt gegevens uit de pacemaker via een telefoonverbinding naar het ziekenhuis. De patiënt hoeft dan minder vaak naar het ziekenhuis om de pacemaker te laten controleren.

 

 

Leven met een pacemaker


Zodra u thuis bent, breekt een periode van wennen aan. De meeste patiënten geven aan dat zij na ongeveer een half jaar aan de pacemaker of defibrillator gewend zijn. Meestal verloopt dat zonder problemen, maar er zijn wel enkele zaken waar u rekening mee kunt houden. Tot een paar maanden na de operatie is het verstandig om voorzichtig te zijn met extreme bewegingen en een overmaat aan inspanningen.

 

Mensen met een pacemaker kunnen vrijwel elk beroep uitoefenen. Er zijn enkele uitzonderingen: werken met een radar, werken in een omgeving met zeer krachtige elektrische velden vb. zendmasten, lasser, …

 

U kunt alle ontspannende sporten doen. Dat is trouwens goed. U mag ook zwemmen, het water kan uw pacemaker of defibrillator niet beschadigen. Ruwe contactsporten kunt u best vermijden. Voor activiteiten waarbij het lichaam voortdurend schokken krijgt (vb. paardrijden), vraagt u best het advies van uw behandelende arts.

Voor meer informatie over het leven met een pacemaker kunt u onderaan de brochure raadplegen.

 

 

Elektrofysiologen


 

 

Downloads