Sluiten van linker hartoortje

Bij voorkamerfibrillatie is er een risico op het ontstaan van klonters die onder andere een beroerte kunnen veroorzaken als ze in de bloedstroom terechtkomen. Doorgaans worden bloedverdunners (anti-coagulatie) gegeven om klontervorming te voorkomen maar dit is niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld bij mensen met een te hoog bloedingsrisico. De meeste klonters (>90%) worden gevormd in het linkerhartoortje waardoor het nodig kan zijn om deze te sluiten.

 

Het linkerhartoortje is een uitstulping van de linker voorkamer van het hart. Deze uitstulping beweegt minder fel mee bij het pompen van het hart waardoor het bloed hier gemakkelijker blijft stilstaan, vooral bij voorkamerfibrillatie als het hart minder goed samentrekt. Het gevolg is dat het bloed kan stollen en er klonters kunnen vormen. Het linker hartoortje bevat bovendien meerdere scheuren en kleine holtes waar zich sneller klonters kunnen vormen.

 

Een recent ontwikkelde techniek is het percutaan (door de huid) sluiten van het linker hartoortje. De cardioloog gaat via katheters een soort ‘plug’ opschuiven via een slagader (doorgaans van de lies) tot in het linker hartoortje. De plug wordt in deze uitstulping geplaatst waardoor er geen klonters meer gevormd kunnen worden.

 

 

Verloop van de procedure


U wordt opgenomen op de dienst cardiologie. De procedure gaat door onder algemene narcose op het operatiekwartier in een speciaal ingerichte zaal. Uw hartritme en bloeddruk wordt gedurende de hele ingreep gemonitord. Net zoals bij een coronarografie zal de interventionele cardioloog katheters gebruiken die via een slagader in de lies worden opgeschoven tot aan het linker hartoortje.

 

Eenmaal op de onderzoekstafel, dekt men u volledig af met steriele doeken. De vooraf bepaalde punctieplaats waar de katheter in de grote lichaamsslagader wordt gebracht, blijft vrij. De katheter wordt ingebracht door middel van een sheath en opgeschoven via deze slagader tot aan de oorsprong van het hart. Deze katheters zijn zo ontworpen, dat ze vrij gemakkelijk op de juiste plek terechtkomen en ook ter plaatse blijven.

 

De katheter wordt door de tussenwand van de voorkamers opgeschoven tot in het linker hartoortje in de linker voorkamer. Dit gebeurt onder begeleiding van een slokdarmechografie. De plug die men zal plaatsen in deze uitstulping is een metalen stuctuurtje dat is bekleed met een dun laagje kunststof. De plug wordt zo opgeplooid dat deze doorheen de katheter kan opgeschoven worden tot aan het linker hartoortje. Eens hij ter plaatste is zal de plug vanzelf ontplooien wanneer hij uit de katheter komt. Als hij goed op zijn plaats zit, zal de plug van de katheter ontkoppeld worden. Over een periode van enkele weken, zal de plug bedekt worden met eigen hartweefsel. Het linker hartoortje is dan volledig afgesloten en er zullen van hieruit geen klonters meer in de bloedbaan terecht kunnen komen.

 

   device2 Positie van de plug in het linker hartoortje.

 

 

 

 

Risico's


  • Er is gedurende enkele maanden een risico op endocarditis
  • Een bloeding ter hoogte van de punctieplaats. Hiervoor brengt men een drukverband aan.
  • Het loskomen van plaque of een klonter, mogelijk leidend tot een herseninfarct

 

 

Na de procedure


Na de procedure kan u wat last hebben van pijn in de keel ten gevolge van de echografie langs de slokdarm en de intubatie. U kan ook wat last hebben van de lies ten gevolge van de punctie. U wordt wakker gemaakt in de katheterisatiezaal zelf en gaat u nog een klein uurtje naar de ontwaakzaal ter observatie voordat u terug naar uw kamer mag.

 

Doorgaans wordt er een speciaal toestel (een soort klem) op de lies geplaatst dat de ader dicht duwt om een bloeding te voorkomen. Dit blijft enkele uren ter plaatse, totdat het bloeden gestopt is. U moet hiervoor enkele uren blijven platliggen na de procedure (4 à 6u). Hierna dient u tot de volgende ochtend in bed te blijven liggen. U mag dan wel wat rechter gaan zitten, of op uw zij gaan liggen.

 

Het is noodzakelijk om 2 bloedplaatjesremmers (een aspirinepreparaat en een thiënopyridine) in te nemen na de procedure. Hoe lang u deze medicatie moet innemen, varieert van patiënt tot patiënt. Dit bespreekt u best met uw cardioloog.

 

U dient gemiddeld 3 dagen in het ziekenhuis te blijven. De eerste dagen wordt er gevraagd om uw been zo weinig mogelijk te belasten om de punctieplaats te laten genezen. De eerste week dient u zware fysieke inspanningen te vermijden. U mag dus niets zwaar heffen, niet persen op het toilet, voorzichtig zijn als u de trap neemt (geen kracht zetten op de aangeprikte zijde), niet fietsen of sporten, geen warm bad nemen (douchen mag wel). Na deze week mag u gewoon terug alles doen, zoals u voorheen deed.

 

 

 Cardiologen


 

 

Downloads