Voorkamerfibrillatie

Deze pagina omschrijft uitgebreid wat voorkamerfibrillatie is, hoe je het kan herkennen, wat de behandeling is, enzovoort. Het Hartcentrum Hasselt heeft tevens een apart educatieportaal ontwikkeld waarin er aan de hand van diverse filmpjes dieper wordt ingegaan op alle aspecten rnd voorkamerfibrillatie. De website is ontwikkeld door het VKF adviescentrum: 

https://www.hartcentrumhasselt-voorkamerfibrillatie.com/

 

Voorkamerfibrillatie (ook wel VKF of atriale fibrillatie genoemd) is een hartritmestoornis die zorgt voor een onregelmatige en vaak te snelle hartslag. Bij VKF is het elektrisch systeem ter hoogte van de voorkamers verstoord. De normale prikkel vanuit de sinusknoop heeft plaats gemaakt voor chaotische elektrische activiteit in de voorkamers. Door deze chaotische activiteit gaan de voorkamers niet krachtig samentrekken, maar fibrilleren of trillen (=voorkamerfibrillatie) tot 400 contracties per minuut. Slechts een deel van die chaotische prikkels vinden een weg naar de kamers waar ze effectief resulteren in een hartslag. Door die willekeurige doorgeleiding naar de kamers, gaan de kamers onregelmatig en vaak veel te snel samentrekken. De hartslag kan zonder medicatie oplopen tot 150 of 200 (onregelmatige) slagen per minuut in rust.

 

Figuur 1: normale elektrische activiteit vs. VKF Figuur 1: normale elektrische activiteit vs. VKF

 

Voorkamerfibrillatie is één van de meest voorkomende hartritmestoornissen. Naarmate we ouder worden (vooral boven de 65 jaar) neemt ook het risico op voorkamerfibrillatie toe. Vanaf de leeftijd van 40 jaar heeft men 1 kans op 4 om ooit VKF te krijgen. Bij mensen boven de 80 jaar komt het bijna bij 1 op 8 mensen voor. VKF kan enkele minuten tot enkele uren aanhouden en dan weer verdwijnen. Sommige mensen hebben er slechts enkele keren per jaar last van, bij anderen is het vaker of zelfs permanent aanwezig. De oorzaak van voorkamerfibrillatie is vaak moeilijk te achterhalen.

  

 

Symptomen


Voorkamerfibrillatie wordt niet altijd opgemerkt door de patiënt. Slechts in 2/3 van de gevallen ervaart de patiënt symptomen. Vaak wordt het toevallig ontdekt bij een routinecontrole bij de huisarts of cardioloog door het voelen van een snelle, onregelmatige hartslag, maar geeft het geen klachten.

 

Patiënten met symptomen hebben vaak de volgende klachten:

  • Hartkloppingen: meestal voelen patiënten een snel en onregelmatig hartritme alsof het hart op hol slaat. Het wordt ook vaak beschreven als een gevoel waarbij het hart in de borst of in de keel klopt.
  • Kortademigheid (toenemend bij inspanning)
  • Pijn op de borstkas
  • Duizeligheid en flauwvallen
  • Ongewone vermoeidheid, zwakte

 

Als u last heeft van één of meerdere van bovenstaande symptomen kan u gemakkelijk de eigen polsslag nagaan. Merkt u een onregelmatige en snelle hartslag op, met of zonder symptomen, dan kan het gaan om voorkamerfibrillatie. Contacteer dan zeker uw huisarts of cardioloog.

 

 

Oorzaken


Vaak is een concrete oorzaak niet te achterhalen. Er zijn wel een aantal risicofactoren die het ontstaan van VKF kunnen beïnvloeden:

  • Leeftijd (hoger risico bij het ouder worden door slijtage van het hart)
  • Hoge bloeddruk
  • Hartziekten (bv. hartfalen of hartkleplijden, hartinfarct in de voorgeschiedenis, ...)
  • Overmatig gebruik van cafeïne, alcohol of drugs
  • Stress
  • Familiale voorbeschiktheid
  • Aandoeningen aan de schildklier
  • Chronische ziekten (bv. suikerziekte, chronische longziekten, ...)
  • Doorgedreven duursport (>3u intensief per week)
  • Overgewicht
  • Slaapapneu

 

 

Complicaties


Doordat de voorkamers zeer snel trillen, valt hun pompfunctie weg. Hierdoor stroomt het bloed minder goed in de voorkamers waardoor de kans bestaat dat zich daar bloedklonters vormen. Deze kunnen loskomen en meegevoerd worden met de bloedcirculatie. Deze bloedklonters kunnen in het lichaam voor problemen zorgen doordat ze bloedvaten plots opstoppen. Men spreekt dan van embolie.

 

Een bloedklonter in de longen veroorzaakt een longembolie. Maar een embolie kan ook de bloedtoevoer naar andere organen beperken of afsluiten (bv. nier, darmen). Wanneer een bloedklonter in de hersenen terecht komt, kan een beroerte of een herseninfarct (CVA of cerebrovasculair accident) optreden. Deze laatste is de meest gevreesde verwikkeling van VKF aangezien die levensbedreigend kan zijn, kan leiden tot een eventuele verlamming en/of uitval van de spraak tot gevolg kan hebben.

 

Mits tijdige detectie en een correcte behandeling van VKF is een normale levensactiviteit perfect mogelijk en kunnen embolieën worden voorkomen. Door een goede behandeling hebben patiënten met VKF zelfs vijf keer minder kans op een beroerte.  

 

 

Diagnose


De diagnose kan eenvoudig gesteld worden via een elektrocardiogram of door middel van een holteronderzoek.

 

Bij patiënten waarbij VKF slechts zelden optreedt is het echter niet altijd eenvoudig om VKF hier effectief mee te documenteren aangezien dit onderzoek slechts een momentopname is. In dat geval kan een implanteerbare hartmonitor (ILR of Implanteerbare loop recorder) voorgesteld worden door de arts. Deze kleine monitor is enkele centimeters lang en wordt onderhuids ter hoogte van de linkerborstkas geïmplanteerd. De ILR registreert voortdurend het hartritme en heeft een levensduur van 2 tot 3 jaar. Dit vergroot de kans om VKF te documenteren.   

 

ILR + holterHolteronderzoek (links) en implanteerbare looprecorder (rechts)

 

 

 

Behandeling


VKF is vooral een ouderdomskwaaltje dat bij sommige mensen reeds op relatief jonge leeftijd voor het eerst kan optreden door andere risicofactoren. Het aantal aanvallen en de duur ervan zal doorgaans toenemen met het ouder worden.

 

De juiste behandeling kan in de meeste gevallen het aantal aanvallen duidelijk verminderen, verkorten en vooral draaglijk maken. Ondanks de beste behandeling is herval altijd mogelijk, maar kunnen de symptomen toch gecontroleerd worden.

 

De behandeling van VKF hangt af van verschillende factoren zoals het hartritme, de symptomen en andere medische aandoeningen.

 

De behandeling van VKF bestaat uit 4 aspecten:

  1. Het proberen te stoppen van de ritmestoornis en te voorkomen dat ze opnieuw optreedt (= ritmecontrole).

  2. Het zo goed mogelijk controleren van het levenscomfort wanneer de ritmestoornis toch doorkomt (= frequentiecontrole).

  3. Optimale preventie van beroertes door correcte bloedverdunning.

  4. Behandeling van gelijktijdig aanwezige andere medische aandoeningen (comorbiditeit) en aanpak van risicofactoren.

 

  1. Ritmecontrole

Het doel van ritmecontrole is het proberen te herstellen en behouden van het normale regelmatige hartritme (= sinusritme) wanneer VKF niet spontaan stopt.

 

Het herstellen van dit hartritme wordt cardioversie genoemd. Dit kan gebeuren door het toedienen van geneesmiddelen (anti-aritmica) of door middel van het toedienen van een elektrische stroomstoot (elektrische cardioversie). De kans op een succesvolle cardioversie is echter moeilijk voorspelbaar en is het grootst bij jonge patiënten, wanneer VKF nog niet lang aanwezig is (uren tot enkele dagen) en als er geen andere hartproblemen zijn.  

 

Opdat het normale hartritme ook behouden blijft na een succesvolle cardioversie, krijgen patiënten achteraf vaak een onderhoudsbehandeling met ‘anti-aritmica’ voorgeschreven. Dit om het heroptreden van VKF trachten te voorkomen, aangezien er een zeer grote kans bestaat dat de ritmestoornis ooit terugkomt.

 

Indien cardioversie onsuccesvol is of als VKF spontaan stopt maar regelmatig terugkomt, kan de cardioloog een ablatie voorstellen.

 

 

  2. Frequentiecontrole

Bij frequentiecontrole richt men zich op het vertragen van een te snel hartritme waardoor de pompfunctie van het hart efficiënter wordt en de symptomen van de patiënt zullen verminderen of verdwijnen.

 

Dit kan gebeuren met behulp van geneesmiddelen zoals bètablokkers, calcium-antagonisten of digitalis. Hierbij moet er gezocht worden naar het meest geschikte geneesmiddel. Soms geeft een geneesmiddel vervelende bijwerkingen bij een persoon of werkt een ander geneesmiddel minder goed. Soms is een combinatie van meerdere geneesmiddelen nodig

 

De patiënten bij wie geen herstel van het sinusritme bereikt wordt, is con­trole van het hartritme het primaire doel van de behandeling.

 

 

  3. Preventie van trombo-embolie

Om het risico op het ontwikkelen van beroertes en embolieën tot een minimum te herleiden, is het belangrijk dat bij de meerderheid van de patiënten het bloed preventief verdund wordt. Of bloedverdunnende medicatie nodig is, hangt af van verschillende risicofactoren zoals: leeftijd, geslacht, voorgeschiedenis van hartfalen en/of vaatlijden, hoge bloeddruk, diabetes en voorgeschiedenis van beroerte en/of bloedklonters.

 

Welke soort bloedverdunner nodig is, wordt besproken met de cardioloog. In het verleden was er maar één behandelingskeuze, meer bepaald vitamine K-antagonisten. Het effect van deze medicatie is soms moeilijk voorspelbaar waardoor regelmatige bloedcontroles noodzakelijk waren. Tegenwoordig beschikken we ook over nieuwere medicatie waarbij dergelijke controles niet nodig zijn. Deze medicijnen worden niet-vitamine K-antagonist bloedverdunners (of NOACs) genoemd.

 

Een ontstollingsbehandeling kan echter wel de kans op bloedingen vergroten, maar de arts weegt dit nadeel af ten opzichte van de voordelen en schrijft geen ontstollingstherapie voor als het niet wenselijk zou zijn.

 

Sommige pijnstillers zoals aspirine mag men niet combineren met ontstollingstherapie. Vraag altijd aan je (huis)arts of je iets mag combineren.

 

 

  4. Behandeling van comorbiditeit en aanpak van risicofactoren

Een gezonde levensstijl is ook belangrijk in de behandeling van VKF. Andere onderliggende problemen, vermoedelijke oorzaken van VKF en risicofactoren in de ontwikkeling en instandhouding van VKF moeten aangepakt worden.

 

Dit omvat onder meer:

  • Het onder controle houden van en behandelen van hoge bloeddruk (hypertensie) en/of diabetes;

  • Streven naar gewichtsverlies bij overgewicht;

  • Stoppen met roken;

  • Beperking van de consumptie van alcohol, cafeïne en andere stimulantia;

  • Het aanpakken van slaapstoornissen (bv. obstructief slaapapneu syndroom);

  • Het aanpakken van onderliggende problemen zoals hartproblemen, longziekten, chronische nierinsufficiëntie, schildklierproblemen, infecties, …;

  • Voldoende fysieke activiteit zoals wandelen. Doorgedreven duursporten (roeien, gewichtheffen, hardlopen, fietsen, …) kunnen echter leiden tot ritmestoornissen.

  • Het correct innemen van de voorgeschreven medicatie.

 

 

Meer info