Klinisch onderzoek

shutterstock_492563386

 

Bij een klinisch onderzoek zal de arts met een stethoscoop naar het hart en de longen luisteren om de harttonen, het hartritme en de werking van de hartkleppen en de longen te beoordelen. Hierbij let hij/zij in het bijzonder op het sluiten van de hartkleppen, dus op geluiden die kunnen wijzen op een vernauwing of het slecht afsluiten van de hartklep. Er wordt naar de longen geluisterd om vocht op te sporen in de longen (bij hartfalen) of tussen de longen en de borstwand (dit kan na een hartoperatie voorkomen).

De cardioloog zal vervolgens in de beide liezen en ter hoogte van de voeten voelen naar het kloppen van slagaders om een eventuele vernauwing hogerop op te sporen. Er wordt ook gekeken of er geen onderhuidse vochtopstapeling ter hoogte van de onderbenen en enkels aanwezig is.

 

Het meten van de bloeddruk en de hartslag wordt doorgaans ook bij het klinisch onderzoek gerekend maar worden hier apart besproken om het belang ervan te benadrukken.

 

Het klinisch onderzoek kan waar nodig uitgebreid worden met bijvoorbeeld een neurologisch nazicht (testen van reflexen, pupilreactie, etc.). Dit is afhankelijk van de klachten en de voorgeschiedenis van de patiënt.