Coronarografie (Hartkatheterisatie) en stentplaatsing (PCI)

Wat is een coronarografie?


Een coronarografie is een onderzoek dat bijdraagt tot het stellen van een diagnose. Een coronarografie geeft een antwoord op de volgende vragen:

  • of er vernauwingen of afsluitingen zijn van de kransslagaders,
  • en/of de hartkleppen nog voldoende werken,
  • en/of de hartspier nog voldoende samentrekt,
  • en/of er eventueel een aangeboren misvorming is.

 

In de meeste gevallen wordt enkel het linkerhart onderzocht. Wanneer verwacht wordt dat bepaalde hartkleppen niet goed meer werken, zal de arts ook het rechterhart onderzoeken.


Meer info over de werking van het hart  en kransslagaderlijden kan je hier vinden. 

 

Coronarografie%2001

 

Wat is een stentplaatsing of Percutane Coronaire Interventie (PCI)?


P.C.I. is de afkorting van ‘percutane coronaire interventie’:

  • Percutane: doorheen de huid
  • Coronaire: van de kransslagader
  • Interventie: behandeling

 

Wanneer onder invloed van verschillende factoren, zoals roken, erfelijkheid, obesitas, diabetes, hoge cholesterol, hoge bloeddruk,… de slagaders worden aangetast, kan dit leiden tot ernstige hart- en vaatziekten. Ter hoogte van het hart kunnen er beschadigingen ontstaan in de kransslagaders. Er ontstaat een plaque, een opeenhoping van klontertjes van bloedplaatjes, cholesterol en kalk. De vorming van zo’n plaque noemt men atherosclerose of slagaderverkalking. De kransslagader is nu vernauwd. Deze vernauwing, ook wel stenose genoemd, kan behandeld worden met behulp van een P.C.I. (ballondilatatie met/zonder stentplaatsing). 

 

shutterstock_61927813Figuur 1: illustratie van een ballondilatatie

 

Een stent is een metalen spiraaltje of buisje dat in de vernauwing van de kransslagader wordt geplaatst om de doorgankelijkheid van de kransslagader te behouden. Deze stent wordt ter plaatse gebracht door middel van een ballonkatheter. De stents die op dit moment gebruikt worden geven medicatie af en vallen onder de naam ‘drug eluting stent’.

 

Voor - en nadelen van een stent:

  • Via studies werd aangetoond dat de kans om opnieuw een vernauwing te krijgen op dezelfde plaats na gebruik van een stent is afgenomen.
  • Stents zijn gemaakt van metaal. Dit metaal bevindt zich vrij in de bloedbaan waardoor het bloed kan samenklonteren. Om het risico te voorkomen dat een klonter het bloedvat zou gaan afsluiten, dient u na een stentimplantatie meerdere bloedplaatjesremmers te nemen gedurende een bepaalde periode. Het gaat om Aspirine® en Plavix(Clopidogrel)®/ Brilique®/Efiënt®. Aspirine® is een medicatie die u levenslang zal moeten innemen. De andere bloedplaatjesremmer zullen in samenspraak met de cardioloog worden gestopt na zes maanden tot één jaar.
  • Stop nooit op eigen houtje met het nemen van bloedplaatjesremmers! U riskeert een trombus of bloedklonter te ontwikkelen in uw stent.
  • Indien u in de nabije toekomst een operatie zou moeten ondergaan, laat u dit best weten aan de arts. Voor een operatie moet immers de inname van sommige bloedplaatjesremmers gestopt worden.
  • Omdat de techniek van het stenten verder ontwikkeld en verfijnd wordt en er veel nieuwe materialen en soorten stents op de markt komen, kan u vrijblijvend deelnemen aan belangrijke wetenschappelijke studies hieromtrent. Uw arts zal u hierover informeren.

 

Het onmiddellijke resultaat is gunstig bij meer dan 95% van de behandelde patiënten. Na een succesvolle behandeling zijn de klachten van angor verdwenen. In de overige gevallen bereikt de ingreep niet het gewenste resultaat. Als het met plaatsing van een stent niet lukt om de vernauwing te behandelen, is er aan uw toestand niets veranderd. Uw arts zal u in dat geval een andere behandeling voorstellen.

 

 

Voorbereiding


Wat moet je meenemen naar het ziekenhuis? 

  • Elektronische identiteitskaart en bloedgroepkaart
  • Anamnese ingevuld meebrengen (indien u deze ontvangen heeft)
  • Eventueel recente bloeduitslagen
  • Lijstje met de thuismedicatie
  • Thuismedicatie voor twee dagen in originele verpakking
  • Benodigdheden voor twee dagen te overnachten
  • Voorzie comfortabele kledij (boven kledij zonder metalen afwerkingen)
  • Laat juwelen thuis

 

Wanneer het onderzoek tijdens de raadpleging bij uw cardioloog gepland werd, zal u een vragenlijst en onderzoek aanvragen ontvangen voor de bloedafname (en het ECG). Hierbij wordt sterk aangeraden om deze vragenlijst zeer strikt en volledig in te vullen. De vragenlijst zal de verpleegkundige samen met u overlopen op de dag van het onderzoek.

 

De dag van de coronarografie moet je nuchter zijn. Nuchter zijn, wil zeggen dat je minstens zes uur op voorhand niet meer mag eten, drinken of roken. Indien het onderzoek pas in de namiddag plaatsvindt, kan u ’s morgens nog een licht ontbijt nuttigen. De ochtendmedicatie mag de dag van het onderzoek genomen worden en let hierbij op volgende aandachtspunten:

  • Marcoumar®, Marevan® en Sintrom®: niet stoppen bij INR tussen 2-2.5  (recente bloedname van maximum 2 dagen oud).
  • Pradaxa®, Eliquis®, Xarelto® of Lixiana®: enkel de ochtend van het onderzoek niet innemen.
  • Asaflow®, Cardio-aspirine®, Plavix®, Efient® en Brillique® moeten ingenomen zijn de dag van het onderzoek.
  • Indien je nog een andere bloedverdunner neemt, bespreek je het onderbreken ervan met je cardioloog.
  • Metformine®,Metformax® , Glucophage® niet innemen op de dag van het onderzoek en de dag nadien.

 

U wordt op de cardiolounge voorbereid op uw coronarografie. Tijdens deze opname zal er een katheter worden aangelegd in de arm om eventuele medicatie tijdens het onderzoek toe te dienen. Hiernaast zal de pols waarlangs de procedure zal plaatvinden, worden geschoren. De aanvang van het onderzoek is afhankelijk van welke cardioloog het onderzoek zal uitvoeren. Er is steeds een richt uur maar dit kan soms wijzigen of afwijken in de loop van de dag. Wij vragen u begrip hiervoor.

 

 

Verloop


Wanneer u wordt opgeroepen voor het onderzoek zal u door de verpleegkundige worden gebracht naar het cathlab. Daar komt u in een voorbereidingsruimte terecht waar nog enkele dienstspecifieke voorbereidingen worden gedaan. Wanneer u in de zaal komt, wordt u gevraagd plaats te nemen op de onderzoekstafel. Dan wordt een elektrocardiogram aangelegd om tijdens het onderzoek uw hartritme te kunnen volgen. Het onderzoek gebeurt meestal langs een bloedvat in de pols, soms langs een bloedvat in de lies.

 

1. Langs de pols

De pols wordt steeds als eerste keuze gebruikt. Deze wordt ontsmet. Dan wordt u volledig afgedekt met een steriele doek (het hoofd blijft vrij). De arts en de verpleegkundige dragen een steriele schort en een masker. Deze voorzieningen zijn nodig om infecties te voorkomen. De polsstreek wordt lokaal verdoofd. Nadien prikt de arts het bloedvat aan en brengt een kort hol buisje (=sheath) in het bloedvat. Langs deze sheath worden achtereenvolgens de verschillende katheters ingebracht om de kransslagaders en de hartholten te filmen. Het opvoeren van de katheter is meestal pijnloos. Indien de linker hartkamer wordt gefilmd zal u een grotere hoeveelheid contraststof krijgen toegediend waardoor u een warmtegevoel kan ondervinden. Dit kan opkomen in het hoofd en afzakken naar de voeten. Hierbij kan u een drang tot wateren gewaarworden, maar dat is enkel een gevoel. Bij de beeldopnames van de kransslagaders ondervindt u geen warmtegevoel. Van elke kransslagader wordt een serie beeldopnames gemaakt, telkens vanuit een andere invalshoek. U mag niet hoesten tijdens het onderzoek, tenzij de arts toestemt nadat u hem heeft verwittigd. Nadat alle beeldopnames zijn gemaakt, wordt de sheath verwijderd door de verpleegkundige. Zal er een drukverband rond de pols worden aangebracht gedurende drie tot vier uur. De totale duur van het onderzoek bedraagt ongeveer 45 minuten. Aanvullende drukmetingen in het rechterhart bij klepafwijkingen duren ongeveer 15 minuten.

 

2. Langs de lies

Het onderzoek verloopt ongeveer hetzelfde als via de pols. Enkel wordt het bloedvat in de lies afgedrukt door de verpleegkundige om een bloeding te voorkomen. Nadien zal een drukverband worden aangebracht. Het is heel belangrijk dat u het been waarlangs het onderzoek gebeurde, gedurende 4 tot 6 uren (het precieze aantal uren worden u dan meegedeeld) niet opheft of plooit en dat u plat op de rug in bed blijft liggen. Dit is nodig om te beletten dat door beweging uw slagader weer open zou gaan en aldus zou blijven bloeden.

 

Coronarografie%2003Figuur 2: katheter via de lies

 

 

Stenplaatsing of percutane coronaire interventie (PCI)

Een P.C.I. kan zowel via de slagaders van de pols of lies gebeuren. Een stentplaatsing kan een gevolg van de bevindingen gedurende de hartkatheterisatie. De arts gaat de plaats, de lengte en de diameter van stent bepalen op basis van de beelden die genomen zijn tijdens dehartkatheterisatie. Daarna wordt er een dunne draad via de katheter tot voorbij de vernauwing opgevoerd (1). Vervolgens wordt over deze draad een tweede katheter opgevoerd, de stent (2). De stent bevindt zich aan het uiteinde van de katheter. Wanneer de stent zich ter hoogte van de vernauwing bevindt, wordt het opgeblazen (ballon waar de stent op zit). Hierbij kan een beklemmede pijn op de borst worden gevoeld. U hoeft niet ongerust te zijn hierover want deze pijn gaat snel weer weg (3). Dit opblazen van de ballon gebeurt niet met lucht. Het ballonnetje wordt wel onder hoge druk gevuld met contraststof. Hierdoor wordt het goed zichtbaar op de röntgenbeelden en kan de arts nagaan of de vernauwing goed opengerekt of gedilateerd is (4). De ontplooide stent blijft ter plaatse en onderstut als het ware de wand van de kransslagader.

shutterstock_276199310 Figuur 3: illustratie van een stentimplantatie

 

 

Wanneer de stentplaatsing via de pols zal gebeuren, dienen dezelfde aandachtspunten worden gevolgd als bij een hartkatheterisatie. De procedure kan ook plaatsvinden via de lies. Onmiddellijk na de behandeling via de lies wordt de sheath verwijderd. Dit kan op twee manieren:

  • Met behulp van een Femostop®: dit is een toestel dat gedurende +/- 4 uren druk zal uitoefenen op de prikplaats terwijl u platte bedrust houdt. Ook na het verwijderen van de Femostop® blijft u nog in bed tot de volgende ochtend. Dit is nodig om te beletten dat door beweging uw slagader weer open zou gaan en aldus zou blijven bloeden.
  • Met behulp van een Proglide®

 

 

Nazorg


Na het onderzoek wordt u door een verpleegkundige terug naar uw kamer of de lounge gebracht. De eerste uren na het onderzoek worden gecontroleerd:

  • polsslag
  • bloeddruk
  • het verband op nabloeden
  • de zwelling ter hoogte van de prikplaats
  • de temperatuur, kleur en zwelling van been of onderarm

 

Zodra u iets abnormaal voelt (pijn in het been of de arm, pijn op de borst, zwelling, bloeding), verwittigt u best onmiddellijk de verpleegkundige. Na het onderzoek mag u in principe dadelijk eten en moet u veel drinken. Drink 1 tot 2 liter water om de nieren te spoelen. Dit bevordert de snelle uitscheiding van de contraststof die tijdens het onderzoek werd ingespoten.

 

Wanneer het onderzoek via de pols heeft plaatsgevonden, kan u de dag zelf nog naar huis. Dit alles is onder voorbehoud van een vlotte procedure. Indien er werd aangeprikt in de lies dient u voor één nacht te verblijven in het ziekenhuis.

 

Indien u aangeprikt bent in de lies zal u één uurtje voor het ontslag even mogen rondlopen in de kamer. Hierbij moet u erop letten dat u het been met de aangeprikte lies niet belast. Verpleegkundige zal het drukverband verwijderen, punctieplaats reinigen en een verband aanbrengen. U wordt best met een rolstoel vervoerd tot aan uw wagen.

 

Er geldt een rijverbod van 48 uur bij het ondergaan van een hartkatheterisatie. Bij een stentplaatsing geldt dit rijverbod tot controle afspraak bij de cardioloog.

 

Aandachtspunten pols

  • Aangeprikte pols gedurende 24 uur niet gebruiken
  • Gedurende één week geen zware lasten heffen met deze pols
  • Pols gedurende één week niet weken in water (douchen kan wel)

 

Aandachtspunten lies

  • Til geen zware lasten
  • Fiets niet
  • Neem geen warm bad (douchen mag wel)
  • Pers niet bij toiletbezoek (zorg voor een vlotte stoelgang)
  • Bij het nemen van de trap, plaats eerst het goede been, schuif daarna het been waarin geprikt werd.

 

 

Mogelijke risico's en complicaties


De meest voorkomende complicaties van een hartkatheterisatie zijn:

  • hematoomvorming of bloeding ter hoogte van de prikplaats
  • hartritmestoornissen
  • allergische reactie op contraststof
  • spasme of kramp van de kransslagader, longoedeem of overbelasting van het cardiovasculair stelsel door de hoeveelheid contraststof, met kortademigheid tot gevolg,
  • trombusvorming (vorming van bloedklonters), hetgeen aanleiding kan geven tot een hartinfarct of een herseninfarct

 

De meest voorkomende complicaties van een stentplaatsing zijn:

  • Occlusie (verstopping) van de kransslagader: zelden (1 patiënt op 300). In dat geval is er onmiddellijk een bypassoperatie nodig.
  • Infarct: in minder dan 1% van de gevallen veroorzaakt de ballondilatatie een klein infarct door een losgescheurd stukje materiaal van de plaque of de vaatwand.
  • Acute trombose (klontervorming) in de kransslagader.
  • Bloeding of hematoomvorming (bloeduitstorting) ter hoogte van de prikplaats.
  • Vals aneurysma: een afgekapselde ruimte buiten de liesslagader waarin bloed, komende van een opening in de slagader, zich ophoopt. Dit geeft een pijnlijke pulserende zwelling ter hoogte van de prikplaats.

 

De wet


Om wettelijke redenen zal u bij de planning van uw behandeling of bij uw opname op de verpleegafdeling een ‘informed consent’ of toestemmingsformulier krijgen. Er wordt van u gevraagd dit formulier te lezen en te ondertekenen. Hierdoor verklaart u alle wettelijke informatie verkregen te hebben, en geeft u al dan niet toestemming voor de uitvoering van het onderzoek en de behandeling.

 

VIDEO: Katheterisatie in het Jessa Ziekenhuis