Elektrofysiologisch onderzoek

Bij de elektrische prikkelgeleiding kunnen verschillende problemen optreden, wat kan resulteren in hartritmestoornissen die onschuldig of levensbedreigend kunnen zijn. Bij klachten die kunnen wijzen op een hartritmestoornis of wanneer men een probleem vermoedt met het hartritme, kan met behulp van een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) nagegaan worden of er een hartritmestoornis aanwezig is en om welk type ritmestoornis het dan gaat. Tijdens dit diagnostisch onderzoek wordt de elektrische activiteit op verschillende plaatsen in het hart gemeten om mogelijke hartritmestoornissen op te sporen. Hiervoor wordt er een katheter met electroden via een ader tot in het hart gebracht, meestal in de rechtervoorkamer en de rechterkamer.

 

 

Voorbereiding van het onderzoek


Voor het innemen van uw medicatie is het belangrijk dat u het advies van uw behandelend cardioloog goed opvolgt. Sommige geneesmiddelen voor het hart dient u namelijk 2 tot 3 dagen vóór het onderzoek te stoppen. Het betreft dan vooral medicatie die het hartritme regelt en bloedverdunnende medicatie. Indien hier onduidelijkheid over bestaat, neemt u best contact op met uw cardioloog vóór het onderzoek. Tijdens uw hospitalisatie zal er een bloedname, elektrocardiogram, en zo nodig, nog een radiografie van hart en longen gepland worden ter voorbereiding van het EFO. Ook zal de liesregio geschoren worden om een goede ontsmetting mogelijk te maken, zal er een infuus geplaatst worden in de arm en wordt u van een monitor voorzien die het hartritme op afstand volgt (= telemetrie).    

 

 

Verloop van het onderzoek


Bij dit onderzoek is doorgaans een ziekenhuisopname van 1 tot 2 dagen nodig. Op het cathlab zal de elektrofysioloog samen met gespecialiseerde verpleegkundigen het EFO uitvoeren. Voor een EFO moet u nuchter zijn. Het EFO gebeurt meestal onder lokale verdoving en duurt ongeveer een uur.

 

Tijdens het onderzoek wordt u voortdurend gemonitord door middel van electroden die uw hartritme opvolgen. Deze electroden (klevers) worden van zodra u op de onderzoekstafel ligt op uw lichaam aangebracht. Deze worden met kabeltjes verbonden aan monitors (computerschermen) om de signalen van het hart in beeld te brengen. Daarna worden de liezen ontsmet en wordt u toegedekt met een steriel laken.

 

DSC_4998

 

De liesstreek wordt plaatselijk verdoofd. Om aan het hart te geraken en de ritmestoornis te kunnen opsporen, worden er vervolgens meerdere katheters (buigzame slangetjes) vanuit de lies via een ader (bloedvat) naar het hart opgeschoven. Met behulp van röntgenstralen kan de positie van de katheters in het hart worden weergegeven. Met deze katheters kan men de extra elektrische activiteit in het hart registreren. Om de juiste plaats van de kortsluiting te lokaliseren, dient de elektrofysioloog eerst medicatie toe of gebruikt hij elektrische impulsen om de ritmestoornis op te wekken. Indien men de ritmestoornis kan opwekken, kan men vervolgens de aard van de ritmestoornis en de locatie ervan bepalen. Aan de hand van de resultaten van dit onderzoek zal dan de juiste behandelingsstrategie voorgesteld worden. 

 

Het is mogelijk dat u tijdens de uitgelokte hartritmestoornis klachten ervaart zoals hartkloppingen, kortademigheid en/of duizeligheid. Indien de uitgelokte ritmestoornis niet vanzelf stopt, zal de arts hiervoor medicatie geven of via de katheter enkele elektrische impulsen toedienen om dit te doen stoppen. Indien hierdoor de ritmestoornis niet stopt of indien u het bewustzijn verliest, zal men u een elektrische shock (elektrische cardioversie) toedienen die het normale hartritme weer herstelt. Indien dit zich voordoet zal u onder een lichte narcose gebracht worden, zodat u hiervan niets kan voelen.  

 

 

Risico’s


Een EFO is een relatief eenvoudig onderzoek dat weinig risico inhoudt. De meest voorkomende complicatie na het onderzoek is een bloeduitstorting in de lies (hematoom) (1-2%). Om dit te voorkomen krijgt u een extra stevig drukverband na de procedure. Ernstigere complicaties zijn zeer zeldzaam (veel minder dan 1%). Omdat er met röntgenstralen gewerkt wordt, wordt dit onderzoek niet gepland bij zwangere vrouwen.

 

 

Na de procedure


Vlak na de procedure worden de katheters verwijderd, worden de prikgaatjes in de lies stevig afgedrukt om een bloeding te voorkomen en wordt u naar de recovery gebracht. Eens u naar de kamer mag, wordt er gevraagd om de dag zelf in bed te blijven liggen (een zestal uur bedrust) zodat de wonde in uw lies kan genezen. 

 

U dient minstens één nacht te blijven ter observatie. Nadien wordt er gevraagd om nog even rustig te doen vanwege de wonde in de lies. Dus niet fietsen, sporten, zwemmen of zware dingen tillen. Dit om nabloeding in de lies te voorkomen. Na 1 week mag u alle activiteiten hervatten. Meestal wordt er standaard drie dagen werkonbekwaamheid voorgesteld. Neem bij nabloeding, pijn, onwelzijn of andere klachten contact op met uw huisarts of behandelende cardioloog.